
Henri Matisse (1869–1954) heeft de kunstwereld tweemaal ingrijpend veranderd. De eerste keer was rond 1905, toen hij kleur ging gebruiken om emoties over te brengen. Kleuren hoefden niet langer overeen te komen met de werkelijkheid, maar waren puur gebaseerd op gevoel. De tweede keer was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Uit gekleurd papier knipte Matisse organische vormen die doen denken aan planten, vissen en vogels. Met deze cut-outs maakte hij wandvullende collages: kleursymfonieën vol levensvreugde. Als toeschouwer kun je er eindeloos voor blijven staan, mijmerend — en dat is precies wat Matisse wilde.
Kunsthistoricus Michiel Kersten verzorgt een lezing over het leven en werk van Matisse, ter voorbereiding op de tentoonstelling Chez Matisse in H'ART Amsterdam.