
Wat als het idee van een verenigd Europa niet pas na 1945 ontstond, maar al decennia eerder wortel schoot? In deze lezing werp ik een nieuw licht op de vergeten pioniers die zich tussen 1914 en 1948 inzetten voor Europese samenwerking en vrede. Aan de hand van historisch bronnenmateriaal laat ik je kennismaken met de visie en de strijd van Nederlandse intellectuelen, politici en activisten die al vroeg droomden van een Europa zonder oorlog en verdeeldheid.
Van de idealistische oproepen tijdens de Eerste Wereldoorlog tot de moeizame pogingen tot federale eenwording in het interbellum en kort na 1945: telkens zie je hoe visionaire Nederlanders, van links tot rechts, zichzelf een cruciale rol toedichtten in de opbouw van een vreedzaam en rechtvaardig Europa.
Zo spraken sociaaldemocratische leiders als Pieter Jelles Troelstra, Henri Polak en Willem Albarda zich al vroeg uit voor de stichting van de Verenigde Staten van Europa. De christelijk-conservatieve politici Hendrik Colijn en Frans Beelaerts van Blokland waren overtuigde internationalisten en fervente aanhangers van een grote Europese markt. En toen de Franse staatsman Aristide Briand in 1929 bij de Volkenbond in Genève zijn plan lanceerde voor een Europese statenbond, toonde de Nederlandse regering zich een van de meest enthousiaste voorstanders.
Waarom bloeide juist in Nederland zo'n sterke Europese beweging op? Het is een fascinerende geschiedenis, die zich laat vertellen aan de hand van enkele wonderlijke sleutelfiguren met wijdvertakte nationale en internationale netwerken. Uitgerekend in Haarlem was in de jaren twintig en dertig een opmerkelijke vereniging actief die verregaande ideeën ontwikkelde over Europese samenwerking en nauwe contacten onderhield met buitenlandse geestverwanten.
Cruciaal is natuurlijk de vraag waarom deze pioniers uiteindelijk faalden in hun stoutmoedige pogingen. Het antwoord raakt aan de actuele relevantie van hun idealen. Europese eenheid is belangrijker dan ooit om het hoofd te bieden aan grote economische, technologische, veiligheids- en klimaatproblemen. Tegelijk staat die eenheid onder toenemende druk, zowel door de machtsaanspraken van de VS, China en Rusland als door interne afbrokkeling onder invloed van populistische bewegingen. Ligt in het verleden misschien de sleutel tot een oplossing?
Ik ben kunsthistoricus en schrijver, en studeerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Aan de Technische Universiteit Eindhoven promoveerde ik in de architectuurgeschiedenis. Door de jaren heen publiceerde ik talrijke boeken en artikelen over architectuur, kunst, Joodse geschiedenis en Europa in het interbellum, en gaf ik gastcolleges en lezingen. In het dagelijks leven werk ik als beleidsadviseur erfgoed bij de gemeente Haarlem en ben ik commissielid omgevingskwaliteit bij de gemeente Amsterdam.
Mijn bekendste boeken zijn De Groote Vrede. Nederlandse voorvechters van een verenigd Europa, 1914–1948 (2025), Vijfhonderd meter namen. De Holocaust en de pijn van de herinnering (2021), Wij Europeanen (2015) en De kunst van het herinneren. Een reis langs de verbeelding van schoonheid en verdriet (2013). Ik ben getrouwd en trotse vader van twee volwassen zoons.